Door het droogvallen van de Hierdense Beek in 1976 werd jarenlang aangenomen dat het tien centimeter kleine visje in deze beek was uitgestorven. Maar de recente vangsten tonen aan dat al die tijd toch beekprikken in de beek hebben geleefd. De beestjes hebben de droge periode vermoedelijk doorstaan in kleine verdiepingen, poeltjes en de kasteelgracht van Staverden.
De levenscyclus van deze aalachtige visjes is bijzonder. Zeven jaar lang leven de blinde larven in de modderige beekbodem van de Veluwse sprengen en beken. In het zevende jaar kruipt de beekprik in het najaar uit de beekbodem, krijgt ogen en wordt volwassen. De volwassen vis eet niet meer. Het diertje trekt stroomopwaarts om in het vroege voorjaar boven grindrijke plekjes te paaien. Daarna sterft het.